Citaat | Hoge Raad 21 maart 2017
Onder 2.2. Hoge Raad 21 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:467.
[verdachte] is de bijnaam van [verdachte] . In de maand juli 2012 was mijn vader op vakantie. [betrokkene 11] en [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) hebben toen 14 dagen bij mij in huis gewoond. Ik heb [betrokkene 11] en [verdachte] bij mij thuis horen praten over de overval op de eigenaar van [A] . Ik hoorde dat zij er met elkaar over spraken dat hij veel geld moest hebben en dat zij een keer bij hem langs moesten gaan. Hiermee bedoelden zij dat zij die man wilden overvallen. In dat zelfde gesprek hoorde ik dat zij tegen elkaar zeiden dat zij van te voren eerst wilden gaan kijken. [verdachte] en [betrokkene 11] maakten in die tijd gebruik van een blauwe of grijze Volkswagen Golf GTI.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2d799326113ef4eabfeaa030ad1b6bdad72ded910a181eb747cfa458333dd55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2d799326113ef4eabfeaa030ad1b6bdad72ded910a181eb747cfa458333dd55, en de alinea staat in dat document op bytes 50030 tot 50757.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2d799326113ef4eabfeaa030ad1b6bdad72ded910a181eb747cfa458333dd55 | shasum -a 256