Citaat | Hoge Raad 21 maart 2017
Onder 2.2. Hoge Raad 21 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:467.
Op bladzijde 843 staat vermeld dat ik op 28 augustus 2012 te 23:50:10 uur ben gebeld door het nummer [007] . Dat is het telefoonnummer van [betrokkene 12] . Zij vroeg mij of ik wist waar [medeverdachte] (het hof begrijpt: de medeverdachte [medeverdachte] ), haar vriend, was. Ik belde volgens mij [medeverdachte] op zijn nummer dat eindigt op 41. Hij nam niet op. Hierna heb ik [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) gebeld en aan hem gevraagd of hij samen was met [medeverdachte] . Hij zei mij dat hij samen was met [medeverdachte] . Ik hoorde dat zij in een auto reden. [verdachte] was kortaf maar zei wel dat zij onderweg waren en er zo zouden zijn. Een paar minuten later belde [betrokkene 12] mij weer. In de stukken heb ik gelezen dat dat om 23:56:39 uur is geweest. In dat gesprek heb ik haar medegedeeld dat ik [verdachte] had gesproken en dat zij onderweg waren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2d799326113ef4eabfeaa030ad1b6bdad72ded910a181eb747cfa458333dd55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2d799326113ef4eabfeaa030ad1b6bdad72ded910a181eb747cfa458333dd55, en de alinea staat in dat document op bytes 57441 tot 58331.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2d799326113ef4eabfeaa030ad1b6bdad72ded910a181eb747cfa458333dd55 | shasum -a 256