Citaat | Hoge Raad 21 maart 2017

Onder 2.3. Hoge Raad 21 maart 2017

Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:467.

De medeverdachte [medeverdachte] heeft bij de politie inderdaad als alternatief scenario/alibi, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat hij ten tijde van de overval in de avond van 28 augustus 2012 thuis was met zijn vriendin [betrokkene 12] . Dat zijn mobiele telefoon rond het tijdstip van de overval in de directe omgeving waar die overval plaatsvond zendmasten aanstraalt, komt naar zijn zeggen omdat hij die telefoon in de Volkswagen Golf, waar hij [betrokkene 13] in rijdt, die dag heeft laten liggen. Hij is het geweest die op die avond heeft gebeld met de mobiele telefoon van zijn vriendin [betrokkene 12] en om 23.11 uur en 23.42 uur sms'jes heeft gestuurd naar zijn eigen telefoon.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2d799326113ef4eabfeaa030ad1b6bdad72ded910a181eb747cfa458333dd55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2d799326113ef4eabfeaa030ad1b6bdad72ded910a181eb747cfa458333dd55, en de alinea staat in dat document op bytes 74253 tot 74956.