Citaat | Hoge Raad 21 maart 2017
Onder 2.3. Hoge Raad 21 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:467.
Bij de rechter-commissaris d.d. 23 januari 2014 stelt [betrokkene 5] zijn verklaring bij in die zin dat hij na het telefoontje van [betrokkene 12] , [betrokkene 13] heeft gebeld omdat hij dacht dat [medeverdachte] bij hem zou zijn maar dat dit niet zo bleek te zijn. [betrokkene 13] zou tegen hem hebben gezegd dat hij met zijn neefje, [betrokkene 13] , was. Daarna heeft hij wellicht tegen [betrokkene 12] gezegd dat [medeverdachte] bij [betrokkene 13] was, maar dit was om haar gerust te stellen. Hij zou daar tegenover [betrokkene 12] in voorkomende gevallen altijd over hebben gelogen, zo begrijpt het hof.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2d799326113ef4eabfeaa030ad1b6bdad72ded910a181eb747cfa458333dd55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2d799326113ef4eabfeaa030ad1b6bdad72ded910a181eb747cfa458333dd55, en de alinea staat in dat document op bytes 80995 tot 81619.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2d799326113ef4eabfeaa030ad1b6bdad72ded910a181eb747cfa458333dd55 | shasum -a 256