Citaat | Hoge Raad 21 maart 2017

Onder 2.2. Hoge Raad 21 maart 2017

Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:467.

Wij werden gestuurd naar perceel [a-straat 1] te Zoetermeer. Ter plaatse zagen wij dat in de achtertuin een hond van het ras Duitse Herder op zijn zij lag. Wij zagen dat deze hond nauwelijks reageerde op ons en dat er urine en bloed op de grond naast de hond lag. Hierop hebben wij deze hond opgetild en naar de straat gebracht alwaar de dierenambulance de hond kon ophalen en hem naar een dierenarts cq. dierenziekenhuis kon brengen. Nadat wij de hond hadden neergelegd op het gras naast de straat zagen wij dat ter hoogte van de linkerschouder een klein bloedend gaatje zat. Wij hebben het vermoeden dat dit gaatje een schotwond was. Wij hoorden dat de hond, die later bleek genaamd te zijn Lexie, moeizaam en schokkend ademde. Nadat de dierenambulance ter plaatse kwam hebben wij Lexie op de brancard en in de dierenambulance getild. Op het moment dat Lexie in de dierenambulance was geplaatst zag ik, verbalisant [verbalisant 1] , dat Lexie niet meer ademde en nergens meer op reageerde. Lexie was op dat moment vermoedelijk overleden. Korte tijd later werd aan het politiebureau Zoetermeer aan ons bevestigd dat Lexie dood was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2d799326113ef4eabfeaa030ad1b6bdad72ded910a181eb747cfa458333dd55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2d799326113ef4eabfeaa030ad1b6bdad72ded910a181eb747cfa458333dd55, en de alinea staat in dat document op bytes 18362 tot 19507.