Citaat | Hoge Raad 21 maart 2017
Onder 2.3. Hoge Raad 21 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:472.
Ik doe aangifte van eenvoudige mishandeling. Op 29 mei 2012, omstreeks 03:12 uur, was ik in de buurt van feestcafé [A] gevestigd aan de [a-straat 1] te Utrecht. Ik was samen met [betrokkene 1] en [slachtoffer 1] . Ik zag dat er twee portiers voor de ingang van [A] stonden. Ik zag dat één van de portiers [slachtoffer 1] van achteren bij zijn haar vastgreep. Ik zag dat de portier een negroïde man was. De man droeg een zwart pak met een beveiligings-V erop. Ik zag dat de portier [slachtoffer 1] 5 à 6 meter mee trok. Ik zag dat [slachtoffer 1] van de portier drie klappen op zijn achterhoofd kreeg. Ik zag dat de portier dit met een gebalde vuist deed. De portier hield [slachtoffer 1] met één hand bij zijn haar vast en met de andere hand deelde hij klappen uit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6dce948f69f222ca30c8e9aada509cb9fe9637783928e2c04505c05eac0875e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6dce948f69f222ca30c8e9aada509cb9fe9637783928e2c04505c05eac0875e, en de alinea staat in dat document op bytes 8447 tot 9232.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b6dce948f69f222ca30c8e9aada509cb9fe9637783928e2c04505c05eac0875e | shasum -a 256