Citaat | Hoge Raad 21 maart 2017
Onder 2.4. Hoge Raad 21 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:476.
Voor zover het middel uitgaat van de opvatting dat het hoger beroep van de Officier van Justitie aan de verdachte in persoon had moeten worden betekend, faalt het omdat die opvatting onjuist is. In het onderhavige geval doet zich niet de situatie voor als bedoeld in art. 409, vierde lid, Sv nu de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg is verschenen, vergezeld van zijn raadsman.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac7bd87beffe50a1953a0a2d5185bb74157ee933ebf088b58763c5a24fcc4e57. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac7bd87beffe50a1953a0a2d5185bb74157ee933ebf088b58763c5a24fcc4e57, en de alinea staat in dat document op bytes 11137 tot 11537.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ac7bd87beffe50a1953a0a2d5185bb74157ee933ebf088b58763c5a24fcc4e57 | shasum -a 256