Citaat | Hoge Raad 21 maart 2017

Onder 2.6. Hoge Raad 21 maart 2017

Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:476.

In het onderhavige geval had de verdachte rekening moeten houden met de mogelijkheid dat de Officier van Justitie in hoger beroep zou gaan tegen de vrijspraak in eerste aanleg, zeker nu aldaar door de Politierechter aan de Officier van Justitie is medegedeeld dat zij binnen veertien dagen hoger beroep kon instellen tegen die vrijspraak. Met het oog op de mogelijkheid van hoger beroep door de Officier van Justitie had de verdachte de in het maatschappelijk verkeer gebruikelijke maatregelen dienen te nemen om te voorkomen dat hij van het instellen daarvan en van de datum van de terechtzitting in hoger beroep onkundig zou blijven. In dat licht bezien en in aanmerking genomen dat de verdachte, die ter terechtzitting in eerste aanleg werd bijgestaan door een raadsman, zich kennelijk niet bereikbaar heeft gehouden voor zijn raadsman, is het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het Hof dat aannemelijk is dat de verdachte geen prijs stelt op berechting in zijn tegenwoordigheid en dus vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht, niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac7bd87beffe50a1953a0a2d5185bb74157ee933ebf088b58763c5a24fcc4e57. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac7bd87beffe50a1953a0a2d5185bb74157ee933ebf088b58763c5a24fcc4e57, en de alinea staat in dat document op bytes 13045 tot 14150.