Citaat | Hoge Raad 24 maart 2017
Onder 3.3.4 Hoge Raad 24 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 24 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:494.
Uit een oogpunt van individuele gerechtigheid ten opzichte van de benadeelde is het moeilijk te aanvaarden dat een vordering verjaart die de benadeelde niet geldend heeft kunnen maken wegens het voor hem verborgen karakter van zowel de schade als het causaal verband daarvan met een bepaalde gebeurtenis. Uit een oogpunt van rechtszekerheid en van billijkheid jegens de wederpartij in verband met (kort gezegd) bewijsproblemen, wordt echter niet afgeweken van het begintijdstip van de verjaringstermijn van art. 3:310 lid 2 BW, te weten de gebeurtenis waardoor de schade wordt veroorzaakt. (Vgl. HR 3 november 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1867, NJ 1998/380, Diaconessenhuis, rov. 3.4; HR 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5635, NJ 2000/430, [...] / De Schelde , rov. 3.3.1)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad4ca2ea13932723e9207c2db021eded82cfb3c4486e00c17f658bcde115663e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad4ca2ea13932723e9207c2db021eded82cfb3c4486e00c17f658bcde115663e, en de alinea staat in dat document op bytes 21344 tot 22124.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ad4ca2ea13932723e9207c2db021eded82cfb3c4486e00c17f658bcde115663e | shasum -a 256