Citaat | Hoge Raad 10 januari 2017

Alinea 83 Hoge Raad 10 januari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:513.

24. Verzoeker verwijst naar het arrest van uw Raad op 14 november 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3105). Uw Raad herhaalt de relevante overwegingen over de toetsing in cassatie uit NJ 2005/252 (ECLI:NL:HR:2004:AO5822). In die zaak reed de verdachte onder invloed van alcohol op een voor hem bekende, rechte en overzichtelijke weg, waarvan het hem bekend is dat er zich mogelijk personen op kunnen bevinden. De verdachte heeft niet heeft geremd of uitgeweken voor een voetgangster die voor hem zichtbaar moet zijn geweest op het rechterweggedeelte van de weg. Het oordeel van het hof, dat verdachte als gevolg van de door hem ingenomen alcoholhoudende drank, aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend is geweest, waardoor hij voetgangster niet heeft gezien en in aanrijding met haar is gekomen, zodat sprake is van schuld in de zin van art. 6 WVW 1994, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. Het middel faalt in die zaak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3d419af02ab5ad016bb454b7cb1f0830e3239523c9669490a6aab74f2842dd7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3d419af02ab5ad016bb454b7cb1f0830e3239523c9669490a6aab74f2842dd7, en de alinea staat in dat document op bytes 30854 tot 31828.