Citaat | Hoge Raad 28 maart 2017
Onder 3.4. Hoge Raad 28 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 28 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:527.
In zijn arrest van 12 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:616, NJ 2016/387, heeft de Hoge Raad overwogen dat in een geval als het onderhavige waarin de verdachte de bestuursrechtelijke rechtsgang tegen het inreisverbod heeft gevolgd, in verband met een behoorlijke taakverdeling tussen de strafrechter en de bestuursrechter en met het oog op het voorkomen van tegenstrijdige uitspraken het volgende geldt. Is het inreisverbod bij onherroepelijke uitspraak van de bestuursrechter vernietigd, dan dient de strafrechter van die beslissing van de bestuursrechter uit te gaan. Is het inreisverbod door de bestuursrechter bij onherroepelijke uitspraak in stand gelaten, dan staat zulks in beginsel eraan in de weg dat de strafrechter het verweer dat het inreisverbod in strijd is met het Unierecht, zelfstandig onderzoekt en daarop beslist. Onder bijzondere omstandigheden kan aanleiding bestaan hierop een uitzondering te maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd5e857375eaf376cd7e32aecba1c1c50cb2580882828d41ae669edd5696c673. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd5e857375eaf376cd7e32aecba1c1c50cb2580882828d41ae669edd5696c673, en de alinea staat in dat document op bytes 28701 tot 29629.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd5e857375eaf376cd7e32aecba1c1c50cb2580882828d41ae669edd5696c673 | shasum -a 256