Citaat | Hoge Raad 31 maart 2017

Onder 3.1.1. Hoge Raad 31 maart 2017

Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:530.

Het Hof heeft geoordeeld dat voor het antwoord op de vraag of sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur aan de zijde van belanghebbende volgens vaste rechtspraak moet worden onderzocht of belanghebbende wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat bij zijn handelwijze, erin bestaande dat hij de bedrijfsvoering van de BV wilde voortzetten om een mogelijk faillissement te vermijden, belastingschulden die zouden worden opgeroepen door de voortgezette bedrijfsvoering van de BV onbetaald zouden blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41c574481f10c0c21c76dc3990338be402fdc84350764bff45b71dd95beb49d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41c574481f10c0c21c76dc3990338be402fdc84350764bff45b71dd95beb49d9, en de alinea staat in dat document op bytes 13834 tot 14356.