Citaat | Hoge Raad 31 maart 2017

Onder 2.2.1. Hoge Raad 31 maart 2017

Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:539.

Het Hof heeft vervolgens geoordeeld dat belanghebbende geen recht heeft op aftrek van de haar in rekening gebrachte omzetbelasting, omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij de leveringen en de diensten heeft gebruikt voor belaste prestaties. Daartoe heeft het Hof in aanmerking genomen dat [X-Y] in staat van faillissement verkeerde ten tijde van de opdracht tot en het uitvoeren van de bouw van de woning en de uitreiking van de facturen alsmede dat de bouw van de woning op het perceel geen zekerheid vormt voor de betaling omdat het perceel en de daarop gebouwde woning tot de failliete boedel behoren. Het Hof nam daarbij voorts in aanmerking dat – hoewel aannemelijk is dat de curator zich niet heeft verzet tegen het voortzetten van de bouw van de woning – niet aannemelijk is dat de curator ermee heeft ingestemd dat de facturen op de boedel verhaald konden worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f5204ca8df3eb3abf798a6f39c05139dc87c82d98ab45e94d66eb6f784ba4e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f5204ca8df3eb3abf798a6f39c05139dc87c82d98ab45e94d66eb6f784ba4e4, en de alinea staat in dat document op bytes 8758 tot 9666.