Citaat | Hoge Raad 31 maart 2017
Onder 3.2.5 Hoge Raad 31 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:563.
b. Het standpunt van [eiseres] ziet er bovendien aan voorbij dat tot aan het faillissement en de daarop volgende ontbinding de reststoffen van Aldel op het terrein van [eiseres] lagen opgeslagen krachtens de beide met [A] gesloten deelovereenkomsten A en B van 22 mei 2013, en de met [eiseres] gesloten overeenkomst van 12 mei 2011 voor de opslag van kathode[k]ool. Ook dat is een belangrijk verschil met de in rov. 5.11 genoemde arresten waarop [eiseres] haar standpunt doet steunen. Het standpunt van [eiseres] impliceert dat de curator die rechtmatig gebruik maakt van de mogelijkheid om een wederkerige overeenkomst niet gestand te doen (art. 37 Fw) onrechtmatig handelt indien hij de gevolgen daarvan niet ongedaan maakt met een boedelschuld tot schadevergoeding als gevolg. Aldus zou het in rov. 5.8 geschetste systeem van de Faillissementswet op niet aanvaardbare wijze worden doorkruist,
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dec3b2a6f767d122e9372cb17f1634d8cbd9f3514d12e8a6e73d116aca72245a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dec3b2a6f767d122e9372cb17f1634d8cbd9f3514d12e8a6e73d116aca72245a, en de alinea staat in dat document op bytes 17130 tot 18051.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dec3b2a6f767d122e9372cb17f1634d8cbd9f3514d12e8a6e73d116aca72245a | shasum -a 256