Citaat | Hoge Raad 31 maart 2017
Onder 3.5 Hoge Raad 31 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:563.
Indien de wederpartij van de failliet, zoals in het onderhavige geval, geen eigenaar is van het gebouw waarin of van het terrein waarop zich na ontbinding van de overeenkomst nog tot de boedel behorende zaken bevinden, maar zij daarvan wel een exclusief gebruiksrecht heeft, ontleent zij aan dat gebruiksrecht in beginsel evenzeer het recht om van de curator verwijdering van die zaken te verlangen. Een exclusief gebruiksrecht omvat immers doorgaans mede de bevoegdheid zich te verzetten tegen een storing in het genot van de zaak waarop het gebruiksrecht betrekking heeft (zie Parl. Gesch. Boek 5, p. 65; vgl. HR 24 januari 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0480, NJ 1992/280). De curator is dan ook gehouden de desbetreffende zaken te verwijderen, tenzij hij stelt en bij tegenspraak bewijst dat de wederpartij daarop uit hoofde van haar rechtsverhouding met de eigenaar van het gebouw of terrein geen aanspraak kan maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dec3b2a6f767d122e9372cb17f1634d8cbd9f3514d12e8a6e73d116aca72245a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dec3b2a6f767d122e9372cb17f1634d8cbd9f3514d12e8a6e73d116aca72245a, en de alinea staat in dat document op bytes 24111 tot 25052.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dec3b2a6f767d122e9372cb17f1634d8cbd9f3514d12e8a6e73d116aca72245a | shasum -a 256