Citaat | Hoge Raad 31 maart 2017

Onder 3.1 Hoge Raad 31 maart 2017

Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:565.

(xi) In een brief van 16 juli 2009 heeft [verweerder] [eiser] ervan op de hoogte gesteld dat hij contact met UBS heeft gehad en dat hij weet dat het om een saldo van € 643.497,-- gaat. [verweerder] heeft voorgesteld dat [eiser] de helft van dit saldo binnen twee weken na ontvangst van deze brief naar zijn rekening in Canada zou overmaken, bij gebreke waarvan hij een procedure voor de Nederlandse rechter aanhangig zal maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86b5bf1453f8f72e41830146ce67f58eb3db103cc576e75160e5e4aed3d01e81. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86b5bf1453f8f72e41830146ce67f58eb3db103cc576e75160e5e4aed3d01e81, en de alinea staat in dat document op bytes 12603 tot 13045.