Citaat | Hoge Raad 31 maart 2017

Onder 3.5.1 Hoge Raad 31 maart 2017

Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:565.

Onderdeel 3.5 is gericht tegen het oordeel van het hof in rov. 30 dat het feit dat [eiser] later tot inkeer is gekomen en de vordering heeft gemeld aan [verweerder] , de sanctie van art. 3:194 lid 2 BW niet doet vervallen. Het hof heeft dit oordeel gemotiveerd met de overweging dat [eiser] heeft geprobeerd op enig moment de vordering buiten de verdeling te houden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86b5bf1453f8f72e41830146ce67f58eb3db103cc576e75160e5e4aed3d01e81. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86b5bf1453f8f72e41830146ce67f58eb3db103cc576e75160e5e4aed3d01e81, en de alinea staat in dat document op bytes 22806 tot 23185.