Citaat | Hoge Raad 20 januari 2017

Onder 5.5 Hoge Raad 20 januari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 20 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:57.

Wat de in art. 11 lid 1 EVRM gewaarborgde vrijheid van vakvereniging betreft, is vaste rechtspraak van het EHRM dat verdragsstaten verplicht zijn om ervoor te zorgen dat vakbonden in staat zijn zich in te spannen voor de bescherming van de belangen van hun leden, en dat de individuele leden het recht hebben, met het oog op de bescherming van hun belangen, dat vakbonden door werkgevers worden gehoord (zie bijvoorbeeld EHRM 2 juli 2002, nrs. 30668/96, 30671/96 en 30678/96, Wilson, rov. 44; EHRM 12 november 2008, nr. 34503/97, Demir en Baykara, rov. 143). Art. 11 lid 1 EVRM garandeert volgens het EHRM echter niet een bepaalde behandeling van vakbonden of vakbondsleden. Een beperking van de vrijheid van vakvereniging levert geen schending van art. 11 lid 1 EVRM op, indien er alternatieven beschikbaar zijn om de in het geding zijnde belangen te behartigen (vgl. EHRM 27 oktober 1975, nr. 4464/70, National Union of Belgian Police, rov. 40; EHRM 17 juli 2007, nrs. 74611/01, 26876/02 en 27628/02, Dilek c.s., rov. 72).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba4df87f4041c15bb8175fa2abcdbc1111df4ef5f06d00cd603d364851254277. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba4df87f4041c15bb8175fa2abcdbc1111df4ef5f06d00cd603d364851254277, en de alinea staat in dat document op bytes 31716 tot 32753.