Citaat | Hoge Raad 20 januari 2017

Onder 3.2.3 Hoge Raad 20 januari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 20 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:57.

In het onderhavige geval is de bescherming van de door het EVRM gewaarborgde rechten “manifestly deficient”. Het ontbreken van een rechtsgang voor VEOB c.s. bij ILOAT of in enige andere door EOO opengestelde rechtsgang betekent dat art. 13 EVRM wordt geschonden indien de Nederlandse rechter VEOB c.s. geen rechtsingang zou bieden voor hun op art. 11 EVRM gebaseerde vorderingen. (rov. 3.7) De mogelijkheid van individuele werknemers van EOO om bij EOO en bij ILOAT te kunnen opkomen tegen beperkingen van hun stakingsrecht, kan niet worden beschouwd als een effectief middel ter handhaving van het door art. 11 EVRM gewaarborgde recht op collectieve actie en op collectief onderhandelen (rov. 3.8). EOO had ervoor kunnen kiezen zelf een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang in het leven te roepen (rov. 3.9). Mede ook gelet op bijkomende omstandigheden, is het beroep van EOO op haar immuniteit disproportioneel. De Nederlandse rechter is dan ook bevoegd om van de vorderingen van VEOB c.s. kennis te nemen. (rov. 3.10)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba4df87f4041c15bb8175fa2abcdbc1111df4ef5f06d00cd603d364851254277. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba4df87f4041c15bb8175fa2abcdbc1111df4ef5f06d00cd603d364851254277, en de alinea staat in dat document op bytes 19230 tot 20275.