Citaat | Hoge Raad 20 januari 2017

Onder 4.1 Hoge Raad 20 januari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 20 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:57.

Volgens vaste rechtspraak van het EHRM is het in art. 6 EVRM gewaarborgde recht op toegang tot de rechter niet absoluut. De verdragsstaten hebben bij de vaststelling van de reikwijdte van dat recht een zekere beoordelingsvrijheid, zij het dat het uiteindelijke oordeel omtrent de naleving van de door het EVRM gestelde eisen aan het EHRM is. Een beperking van het recht van een rechtzoekende op toegang tot de rechter is niet geoorloofd indien daardoor het wezen van dat recht wordt aangetast. Evenmin is een beperking verenigbaar met art. 6 EVRM indien deze geen legitiem doel dient of niet proportioneel is aan het daarmee nagestreefde doel. (Vgl. EHRM 28 mei 1985, nr. 8225/78, Ashingdane, rov. 57; EHRM 18 februari 1999, nr. 26083/94, Waite & Kennedy/Duitsland, rov. 59)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba4df87f4041c15bb8175fa2abcdbc1111df4ef5f06d00cd603d364851254277. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba4df87f4041c15bb8175fa2abcdbc1111df4ef5f06d00cd603d364851254277, en de alinea staat in dat document op bytes 23355 tot 24146.