Citaat | Hoge Raad 31 maart 2017
Onder 3.3.2 Hoge Raad 31 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:571.
Deze klachten falen op de gronden uiteengezet in rov. 3.4.4-3.4.6 en 3.5 van de beschikking van de Hoge Raad van 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2998 (Mediant). Hierin is geoordeeld dat de werkgever naar het thans geldende recht nog steeds de mogelijkheid heeft een verzoek te doen tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst voor het geval het ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd wordt geacht. Voor een niet-ontvankelijkverklaring in een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst voor het geval later blijkt dat een op staande voet gegeven ontslag niet de arbeidsovereenkomst heeft beëindigd, is slechts plaats in gevallen waarin de rechter op processuele gronden niet toekomt aan een behandeling van de zaak ten principale. Afgezien van dergelijke gevallen is de partij die de ontbinding verzoekt, dus in beginsel steeds ontvankelijk in haar verzoek.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b3e1e086b30228fe9ff84ff05ee6f7e4ff2a8096104135fb88c3ccc80955a78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b3e1e086b30228fe9ff84ff05ee6f7e4ff2a8096104135fb88c3ccc80955a78, en de alinea staat in dat document op bytes 13533 tot 14416.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7b3e1e086b30228fe9ff84ff05ee6f7e4ff2a8096104135fb88c3ccc80955a78 | shasum -a 256