Citaat | Hoge Raad 31 maart 2017
Onder 3.6.3 Hoge Raad 31 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:571.
Overigens verdient in dit verband opmerking dat in rov. 3.13.1 van de Mediantbeschikking – om de voormelde redenen ten onrechte – melding is gemaakt van het geval dat de appel- of verwijzingsrechter, anders dan de kantonrechter, het op staande voet gegeven ontslag zou vernietigen. De desbetreffende passage moet aldus worden gelezen dat met de bevoegdheid van de appel- of verwijzingsrechter om op de voet van art. 7:683 lid 3 BW (de werkgever te veroordelen) de arbeidsovereenkomst te herstellen of aan de werknemer een billijke vergoeding toe te kennen, welke bevoegdheid hij in volle omvang moet kunnen uitoefenen, onverenigbaar is dat de kantonrechter desverlangd de voorwaardelijk verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst (ook) zou uitspreken voor het geval de appel- of verwijzingsrechter, anders dan de kantonrechter, zou oordelen dat het ontslag op staande voet ten onrechte is gegeven, en hij (de werkgever veroordeelt) de arbeidsovereenkomst herstelt (te herstellen).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b3e1e086b30228fe9ff84ff05ee6f7e4ff2a8096104135fb88c3ccc80955a78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b3e1e086b30228fe9ff84ff05ee6f7e4ff2a8096104135fb88c3ccc80955a78, en de alinea staat in dat document op bytes 20349 tot 21351.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7b3e1e086b30228fe9ff84ff05ee6f7e4ff2a8096104135fb88c3ccc80955a78 | shasum -a 256