Citaat | Hoge Raad 31 maart 2017
Onder 3.3.3 Hoge Raad 31 maart 2017
Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:572.
In zijn arrest van 24 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0890, NJ 2012/636, heeft de Hoge Raad met het oog op de vraag of een bate die door de schuldenaar is verkregen na het verstrijken van de in art. 349a Fw bedoelde termijn, maar voor het einde als bedoeld in art. 356 lid 2 Fw, in de boedel valt, geoordeeld dat voor de toepassing van de tweede afdeling van titel III Fw – welke afdeling de gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling regelt – de schuldsanering eindigt door het aflopen van de termijn die ingevolge art. 349a Fw voor de betrokken schuldsanering geldt. Aan die beslissing is, samengevat weergegeven, ten grondslag gelegd (i) het grote belang dat de wetgever blijkens de wetsgeschiedenis eraan heeft gehecht dat de schuldsanering niet langer duurt dan drie (of, als de rechter een langere termijn heeft bepaald, ten hoogste vijf) jaar en dat daaraan wezenlijk afbreuk zou worden gedaan indien toepassing van het wettelijk stelsel met betrekking tot het formele einde van de schuldsaneringsregeling feitelijk een verlenging van die termijn zou kunnen bewerkstelligen en (ii) de centrale rol die de in art. 349a Fw bedoelde termijn speelt bij de beoordeling van de vraag of aan de schuldenaar een schone lei kan worden verleend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb67d5b3a143fc365005ed3c0d5f1b01e66459befb68479543459a96bda6af7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb67d5b3a143fc365005ed3c0d5f1b01e66459befb68479543459a96bda6af7d, en de alinea staat in dat document op bytes 10550 tot 11824.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb67d5b3a143fc365005ed3c0d5f1b01e66459befb68479543459a96bda6af7d | shasum -a 256