Citaat | Hoge Raad 31 maart 2017

Onder 3.3.4 Hoge Raad 31 maart 2017

Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:572.

Blijkens de wetsgeschiedenis genoemd in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.3 ligt aan de afwijzingsgrond van art. 288 lid 2, aanhef en onder d, Fw ten grondslag dat toepassing van de schuldsaneringsregeling een kans op een schone lei inhoudt die in beginsel slechts eens in de tien jaar wordt geboden (Kamerstukken I 1997-1998, 22 969, nr. 297b, p. 9). Hoewel art. 288 lid 2, aanhef en onder d, Fw geen onderdeel uitmaakt van de tweede afdeling van titel III Fw, strookt het met de hiervoor in 3.3.3 onder (i) en (ii) genoemde overwegingen om, in geval van een beëindiging op de voet van art. 354 Fw, ook voor het antwoord op de vraag wat in art. 288 lid 2, aanhef en onder d, Fw onder ‘de toepassing van de schuldsaneringsregeling’ moet worden verstaan aan te sluiten bij het materiële einde van de schuldsaneringsregeling. Dat moment markeert immers het einde van de periode ten aanzien waarvan wordt beoordeeld of de schuldenaar in aanmerking komt voor de schone lei.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb67d5b3a143fc365005ed3c0d5f1b01e66459befb68479543459a96bda6af7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb67d5b3a143fc365005ed3c0d5f1b01e66459befb68479543459a96bda6af7d, en de alinea staat in dat document op bytes 11915 tot 12916.