Citaat | Hoge Raad 31 maart 2017

Onder 3.3.5 Hoge Raad 31 maart 2017

Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:572.

Een ander oordeel zou – in geval van beëindiging op de voet van art. 354 Fw – bovendien tot een minder redelijke uitkomst leiden. Zoals hiervoor in 3.3.2 is overwogen, is het formele einde van de schuldsanering als bedoeld in art. 356 lid 2 Fw afhankelijk van de voortvarendheid waarmee de bewindvoerder te werk gaat bij het opstellen van de slotuitdelingslijst en van het al dan niet aanwenden door schuldeisers van rechtsmiddelen tegen het vonnis als bedoeld in art. 354 Fw, respectievelijk de slotuitdelingslijst. Dat zou ertoe leiden dat voor de ene schuldenaar de termijn gedurende welke een nieuwe toelating tot de schuldsanering niet mogelijk is, aanzienlijk langer zou kunnen zijn dan voor de andere, zonder dat een schuldenaar daar zelf enige invloed op kan uitoefenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb67d5b3a143fc365005ed3c0d5f1b01e66459befb68479543459a96bda6af7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb67d5b3a143fc365005ed3c0d5f1b01e66459befb68479543459a96bda6af7d, en de alinea staat in dat document op bytes 13007 tot 13874.