Citaat | Hoge Raad 31 maart 2017

Onder 3.3.7 Hoge Raad 31 maart 2017

Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:572.

Bij het voorgaande verdient opmerking dat ingeval de toepassing van de schuldsaneringsperiode is verlengd – waartoe in voorkomend geval kan worden besloten na afloop van de in art. 349a Fw bedoelde termijn (HR 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2935, NJ 2014/470) – de termijn van tien jaar ingevolge hetgeen hiervoor is overwogen een aanvang neemt met het verstrijken van de verlengde termijn. Is de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd op de voet van art. 354a of 350 Fw, dan wordt ofwel geen slotuitdelingslijst opgemaakt (art. 356 lid 1 in verbinding met art. 354a Fw, respectievelijk art. 350 lid 4 Fw), ofwel vindt afwikkeling plaats in het kader van een faillissement (art. 350 lid 5 Fw). In die gevallen eindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling door het in kracht van gewijsde gaan van de uitspraak tot beëindiging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb67d5b3a143fc365005ed3c0d5f1b01e66459befb68479543459a96bda6af7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb67d5b3a143fc365005ed3c0d5f1b01e66459befb68479543459a96bda6af7d, en de alinea staat in dat document op bytes 14411 tot 15290.