Citaat | Hoge Raad 4 april 2017
Onder 3.2.3. Hoge Raad 4 april 2017
Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:580.
Op grond van de inhoud van de voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de persoon is geweest die [betrokkene 1] de middag na de afpersing heeft herkend als de dader van die afpersing. [betrokkene 4] heeft de door [betrokkene 1] herkende persoon als bestuurder in een Ford, waarvan het kenteken is genoteerd, zien stappen. Deze auto is bij verdachte in gebruik en verdachte heeft verklaard dat hij de enige is die in die auto rijdt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ce91bb7f857c271e6f688efe56b3dcb2a5459775b78861ea2f4f6058cb9b7cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ce91bb7f857c271e6f688efe56b3dcb2a5459775b78861ea2f4f6058cb9b7cc, en de alinea staat in dat document op bytes 20381 tot 20910.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7ce91bb7f857c271e6f688efe56b3dcb2a5459775b78861ea2f4f6058cb9b7cc | shasum -a 256