Citaat | Hoge Raad 4 april 2017

Onder 3.4. Hoge Raad 4 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:580.

In het onderhavige geval kan niet worden gezegd dat de tot het bewijs gebezigde verklaringen van aangever [betrokkene 1] onvoldoende steun vinden in het overige bewijsmateriaal, in aanmerking genomen de eveneens voor het bewijs gebezigde verklaringen van aangever [betrokkene 2] en aangever [betrokkene 3] over de aard van de afpersingshandelingen en de wijze waarop die handelingen op 1 december 2012 hebben plaatsgevonden, alsmede de verklaring van [betrokkene 4] , onder meer inhoudende dat op 2 december 2012 de verdachte "grote ogen opzette en richting [betrokkene 1] [ [betrokkene 1] ] keek" en de indruk gaf "dat hij schrok van de ontmoeting". Anders dan in het middel wordt betoogd, is dus van schending van art. 342, tweede lid, Sv geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ce91bb7f857c271e6f688efe56b3dcb2a5459775b78861ea2f4f6058cb9b7cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ce91bb7f857c271e6f688efe56b3dcb2a5459775b78861ea2f4f6058cb9b7cc, en de alinea staat in dat document op bytes 23197 tot 23976.