Citaat | Hoge Raad 4 april 2017

Onder 3.2.2. Hoge Raad 4 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:580.

A: Ik [betrokkene 2] naar café [A] te Maaseik. Dat was omstreeks 16.50 uur. Ik zag daar in de straat een verhuiswagen staan. Ik zag achter op de laadklep een persoon staan. Er was oogcontact tussen die persoon en mij. Ik herkende die persoon als de persoon die mij zaterdagavond heeft beroofd. Het was de persoon die het geweer vasthield.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ce91bb7f857c271e6f688efe56b3dcb2a5459775b78861ea2f4f6058cb9b7cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ce91bb7f857c271e6f688efe56b3dcb2a5459775b78861ea2f4f6058cb9b7cc, en de alinea staat in dat document op bytes 13509 tot 13861.