Citaat | Hoge Raad 4 april 2017

Onder 2.7.2. Hoge Raad 4 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:584.

Indien het Hof bevindt dat sprake is van de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 84 beschreven gang van zaken - kort gezegd inhoudend dat met daartoe bestemde apparatuur en/of software alle op een smartphone en/of de bijbehorende SIM-kaart opgeslagen of beschikbare gegevens zijn uitgelezen waardoor (volledig) inzicht is verkregen in contacten, oproepgeschiedenis, berichten en foto's - ontstaat daardoor het vermoeden dat een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fac8c07b6e6da2884aea1b63571576a1b1e1f60f08a1bb403ee7ddf1957eebe4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fac8c07b6e6da2884aea1b63571576a1b1e1f60f08a1bb403ee7ddf1957eebe4, en de alinea staat in dat document op bytes 22614 tot 23133.