Citaat | Hoge Raad 4 april 2017
Onder 2.2.2. Hoge Raad 4 april 2017
Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:588.
Op zondag 8 februari 2015 bespreekt verdachte in een Whatsapp-gesprek met " [betrokkene 1] " vluchten van Sao Paulo naar Amsterdam met de aankomstdatum op 22 februari 2015. Verdachte stuurt [betrokkene 1] een bericht dat hij "het" morgen naar de agent zal brengen en zal uitleggen, waarop [betrokkene 1] antwoordt dat als hij een goedkopere vlucht kan vinden, hij het de agent moet laten checken. Op maandag 9 februari 2015 ontvangt verdachte een aantal berichten van [betrokkene 1] , onder meer inhoudende dat [betrokkene 1] dezelfde vlucht ook 'hier' in Accra kan boeken en hij vraagt wat verdachte denkt. Tevens stuurt [betrokkene 1] een bericht dat zijn vriend deze week zal komen om het geld op te halen dat deze week naar verdachte gestuurd zal worden. [betrokkene 1] vraagt verdachte om, als "ze" aankomt in het hotel, haar 300 euro te geven om het hotel en eten te betalen. Hij vraagt verdachte ook om haar de volgende dag geld te betalen, nadat verdachte heeft verkocht. Op 12 februari stuurt [betrokkene 1] het bericht naar verdachte: "Voornaam: [...] . Achternaam [betrokkene 2] ". Op zaterdag 14 februari 2015 stuurt [betrokkene 1] naar verdachte: "Als je bij de reisagent bent, zeg dan tegen hem dat hij de
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bb29252ba403c2f91a11377af87f8f8c4a029010859cf006c6138fd2c1ace36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bb29252ba403c2f91a11377af87f8f8c4a029010859cf006c6138fd2c1ace36, en de alinea staat in dat document op bytes 11606 tot 12838.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6bb29252ba403c2f91a11377af87f8f8c4a029010859cf006c6138fd2c1ace36 | shasum -a 256