Citaat | Hoge Raad 4 april 2017
Onder 2.2.2. Hoge Raad 4 april 2017
Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:588.
E-tickets moet forwarden naar mijn e-mail als PDF bijlage. Hier is mijn e-mail: [...] @gmx.us." Op 18 februari 2015 stuurt [betrokkene 1] een bericht dat hij een hotelreservering voor haar heeft gemaakt en stuurt hij het adres door. [betrokkene 1] en verdachte sturen berichten naar elkaar dat ze zullen bidden dat alles goed gaat tijdens haar reis. [betrokkene 1] stuurt vervolgens: "En PRAAT ALSJEBLIEFT MET NIEMAND OM VEILIGHEIDSREDENEN!!!" en "Verzeker me dat je haar 300 euro geeft, als je (haar) ophaalt. En de volgende dag betaal je haar, zodat ze naar huis kan vliegen." Op zondag 22 februari krijgt verdachte berichtjes van [betrokkene 1] , inhoudende: "Ze is over 15 minuten in het hotel. Jouw naam is [verdachte] en mijn naam is [betrokkene 1] . Onze bedrijfsnaam is [A] . (..) Het is [...] . (..) Vriend. Waarom vertel je me niets? Ik moet weten of de hoeveelheid goed is. Mijn man belt me de hele tijd."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bb29252ba403c2f91a11377af87f8f8c4a029010859cf006c6138fd2c1ace36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bb29252ba403c2f91a11377af87f8f8c4a029010859cf006c6138fd2c1ace36, en de alinea staat in dat document op bytes 12850 tot 13779.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6bb29252ba403c2f91a11377af87f8f8c4a029010859cf006c6138fd2c1ace36 | shasum -a 256