Citaat | Hoge Raad 4 april 2017
Onder 2.3.1. Hoge Raad 4 april 2017
Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:588.
"De hele zaak draait om de WhatsApp-gesprekken. Ik vraag u anders te kijken naar het gebruik van dit soort informatie. In 2000 is de BOB-wetgeving ingevoerd. Toen deze wetgeving tot stand kwam kon je met de computer minder dan nu met de huidige smartphone. Het idee van die wet was: hoe dieper je ingrijpt in de privacy, hoe hoger de magistraat die de bevoegdheid daartoe toetst. Voor observatie is toestemming van de officier van justitie nodig. Voor het volgen van communicatie is toestemming van de rechter-commissaris nodig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bb29252ba403c2f91a11377af87f8f8c4a029010859cf006c6138fd2c1ace36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bb29252ba403c2f91a11377af87f8f8c4a029010859cf006c6138fd2c1ace36, en de alinea staat in dat document op bytes 17114 tot 17655.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6bb29252ba403c2f91a11377af87f8f8c4a029010859cf006c6138fd2c1ace36 | shasum -a 256