Citaat | Hoge Raad 4 april 2017

Onder 2.7.2. Hoge Raad 4 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:588.

Indien het Hof bevindt dat sprake is van de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 86 beschreven gang van zaken - kort gezegd inhoudend dat zowel handmatig als met daartoe bestemde apparatuur en/of software alle op een smartphone en/of de bijbehorende SIM-kaart opgeslagen of beschikbare gegevens zijn door- en uitgelezen waardoor (volledig) inzicht is verkregen in contacten, oproepgeschiedenis, berichten en foto's - ontstaat daardoor het vermoeden dat een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bb29252ba403c2f91a11377af87f8f8c4a029010859cf006c6138fd2c1ace36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bb29252ba403c2f91a11377af87f8f8c4a029010859cf006c6138fd2c1ace36, en de alinea staat in dat document op bytes 26690 tot 27238.