Citaat | Hoge Raad 4 april 2017

Onder 4.2. Hoge Raad 4 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:592.

34. Een zoekslag op rechtspraak.nl leert dat privacy-schendingen met enige regelmaat op deze wijze worden gecompenseerd als bewijsuitsluiting om welke reden dan ook niet aan de orde is (bijv. ECLI:NL:GHARN:2011: BT8225; ECLI:NL:GHSHE:2011:BU9202; en ECLI:NL:GHAMS: 2003:AO2771). In al deze gevallen werd geoordeeld dat (a) de verdachte daadwerkelijk nadeel heeft ondervonden, (b) dit nadeel door het verzuim was veroorzaakt, (c) het nadeel geschikt was voor compensatie door middel van strafvermindering, en (d) strafvermindering ook in het licht van het belang van het geschonden voorschrift en de ernst van het verzuim gerechtvaardigd was. Ik zie niet in waarom dat in deze zaak anders zou zijn."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/25bc60ecf7fc8094eaea37ee3134ab77f3d621b6d3aaf035f8718525d86420a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 25bc60ecf7fc8094eaea37ee3134ab77f3d621b6d3aaf035f8718525d86420a6, en de alinea staat in dat document op bytes 35255 tot 35966.