Citaat | Hoge Raad 4 april 2017

Onder 4.4. Hoge Raad 4 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:592.

"2.4.1. (...) Indien binnen de door art. 359a Sv bepaalde grenzen sprake is van een vormverzuim als bedoeld in deze bepaling, en de rechtsgevolgen daarvan niet uit de wet blijken, moet de rechter beoordelen of aan dat vormverzuim enig rechtsgevolg dient te worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg dan in aanmerking komt. Daarbij dient hij rekening te houden met de in het tweede lid van art. 359a Sv genoemde factoren. Het rechtsgevolg zal immers door deze factoren moeten worden gerechtvaardigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/25bc60ecf7fc8094eaea37ee3134ab77f3d621b6d3aaf035f8718525d86420a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 25bc60ecf7fc8094eaea37ee3134ab77f3d621b6d3aaf035f8718525d86420a6, en de alinea staat in dat document op bytes 36846 tot 37361.