Citaat | Hoge Raad 24 januari 2017

Onder 2.2.1. Hoge Raad 24 januari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:61.

"zij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 16 juni 2009, tezamen en in vereniging met een ander, te Nieuwegein en/of Molenschot en/of elders in Nederland, gebruik heeft gemaakt van een geldbedrag van 108.885,22 euro, de waarde vertegenwoordigend van het totaal van een of meer contante geldbedragen en transacties en betalingen voor de aankoop van chalets en voertuigen en diverse goederen en reizen van verdachten, terwijl zij en haar mededader wisten, dat bovenomschreven geldbedrag en goederen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b6539392814b60fa8059de57088b9048f20f8017229d3fad35190a41bac65b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b6539392814b60fa8059de57088b9048f20f8017229d3fad35190a41bac65b3, en de alinea staat in dat document op bytes 7438 tot 8020.