Citaat | Hoge Raad 24 januari 2017
Onder 2.2.3. Hoge Raad 24 januari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:61.
Allereerst zal moeten worden vastgesteld of de aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Indien zulk een geval zich voordoet mag van de verdachte worden verlangd dat zij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld of de goederen. Een dergelijke verklaring dient concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk te zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b6539392814b60fa8059de57088b9048f20f8017229d3fad35190a41bac65b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b6539392814b60fa8059de57088b9048f20f8017229d3fad35190a41bac65b3, en de alinea staat in dat document op bytes 14340 tot 14783.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8b6539392814b60fa8059de57088b9048f20f8017229d3fad35190a41bac65b3 | shasum -a 256