Citaat | Hoge Raad 21 april 2017

Onder 2.3.2. Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:640.

Het Hof heeft overwogen dat op grond van artikel 10a, lid 3, letter a, van de Wet in beginsel een dubbele zakelijkheidstoets dient te worden aangelegd. Het is echter, aldus het Hof, niet de bedoeling van de wetgever geweest om de aftrek van rente op grond van artikel 10a, lid 1, van de Wet te beperken indien sprake is van externe financiering. Het Hof baseert deze opvatting op de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 10a van de Wet en ziet deze bevestigd in paragraaf 2.1.2 van het besluit van de staatssecretaris van Financiën van 23 december 2005, nr. CPP2005/2662M, Stcrt. 2006, 9. Aan dit een en ander heeft het Hof de gevolgtrekking verbonden dat artikel 10a, lid 1, van de Wet niet op belanghebbende van toepassing is indien: (i) de lening van [X London Branch] aan belanghebbende door middel van een externe lening is gefinancierd, en (ii) sprake is van parallellie tussen beide leningen. Naar ’s Hofs oordeel is sprake van parallellie indien er een causaal (historisch) verband bestaat tussen de geldlening aan belanghebbende en de externe lening, en indien de voorwaarden van die leningen vergelijkbaar zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f553ae5eb40f0cc1bf8babd3ee498f83564d41a852768351235e087af68c5c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f553ae5eb40f0cc1bf8babd3ee498f83564d41a852768351235e087af68c5c2, en de alinea staat in dat document op bytes 9982 tot 11122.