Citaat | Hoge Raad 21 april 2017
Onder 2.4.4. Hoge Raad 21 april 2017
Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:640.
2.4.5.1. Ingevolge artikel 10a, lid 3, letter a, van de Wet vindt het eerste lid geen toepassing indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat aan de schuld en de daarmee verband houdende rechtshandeling in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag liggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f553ae5eb40f0cc1bf8babd3ee498f83564d41a852768351235e087af68c5c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f553ae5eb40f0cc1bf8babd3ee498f83564d41a852768351235e087af68c5c2, en de alinea staat in dat document op bytes 15957 tot 16244.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4f553ae5eb40f0cc1bf8babd3ee498f83564d41a852768351235e087af68c5c2 | shasum -a 256