Citaat | Hoge Raad 21 april 2017

Onder 2.4.4. Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:640.

2.4.5.2. Bij het onderzoek naar de beweegredenen voor het verrichten van de rechtshandeling en het daartoe aangaan van de schuld, is van belang dat in het systeem van de Wet besloten ligt dat een belastingplichtige keuzevrijheid heeft bij de vorm van financiering van een vennootschap waarin hij deelneemt (vgl. HR 7 februari 2014, nr. 12/03540, ECLI:NL:HR:2014:224, BNB 2014/79, en HR 5 juni 2015, nr. 14/00343, ECLI:NL:HR:2015:2167, BNB 2015/165). Voor zover artikel 10a, lid 1, van de Wet, in samenhang gelezen met lid 3, letter a, van dat artikel, een inbreuk vormt op deze systematiek door het niet in aftrek toelaten van verschuldigde rente, moet deze regeling, mede gelet op de wetsgeschiedenis en de daarin gebruikte voorbeelden, beperkt worden uitgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f553ae5eb40f0cc1bf8babd3ee498f83564d41a852768351235e087af68c5c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f553ae5eb40f0cc1bf8babd3ee498f83564d41a852768351235e087af68c5c2, en de alinea staat in dat document op bytes 16256 tot 17033.