Citaat | Hoge Raad 11 april 2017

Onder 2.2.2. Hoge Raad 11 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:650.

Ik doe aangifte van diefstal. Ik kwam [verdachte] op 29 september 2014 tegen op het Europark te Alphen aan den Rijn. Ik was met [betrokkene 2] en [betrokkene 3]. [betrokkene 3] was al bij de shelter en wij hadden daar afgesproken. Ik ben met [betrokkene 2] daarheen gefietst. Ik was amper van mijn fiets af toen [verdachte] op mij afliep. Ik moest direct met hem meekomen. Ik moest van hem met mijn armen wijd tegen de muur van de shelter gaan staan. Ook moest ik mijn benen spreiden van hem. Vervolgens heeft hij mijn broek- en jaszakken leeg gemaakt. Hij pakte mijn GSM, sleutels en een aansteker. De aansteker stak hij in zijn zak. Ik heb hem een paar keer gevraagd mijn spullen terug te geven. Hij deed dit niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca9b3599a17f8768e8a995fc45842d0050a6c8e4319cda5dde2b48cd9491e15e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca9b3599a17f8768e8a995fc45842d0050a6c8e4319cda5dde2b48cd9491e15e, en de alinea staat in dat document op bytes 8338 tot 9067.