Citaat | Hoge Raad 11 april 2017

Onder 2.1. Hoge Raad 11 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:652.

Bij een vermogensdelict als diefstal kan de rechter door de in de tenlastelegging aangebrachte keuzes voor de vraag worden gesteld of de verdachte zelf dat vermogensdelict heeft gepleegd dan wel of hij nadien daarbij (ook) op een strafbare wijze betrokken is geweest. Die vraag rijst in het bijzonder in die gevallen waarin de bewijsmiddelen vooral duiden op het voorhanden hebben van een voorwerp (kort) nadat met betrekking tot dit voorwerp een vermogensdelict is gepleegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffd831c3fc0ac63c83859fa6579bfaaab32199eb3c55f3b0911a4ac7349bc0b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffd831c3fc0ac63c83859fa6579bfaaab32199eb3c55f3b0911a4ac7349bc0b5, en de alinea staat in dat document op bytes 7661 tot 8149.