Citaat | Hoge Raad 11 april 2017

Onder 2.3.2. Hoge Raad 11 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:652.

Bij de beoordeling van de begrijpelijkheid van de beslissing omtrent de kwalificeerbaarheid als (schuld)witwassen in verband met in het bijzonder de "onmiddellijke" afkomst uit eigen misdrijf, kan onder meer van belang zijn hetgeen door of namens de verdachte met voldoende concretisering is aangevoerd met betrekking tot dit verwerven of voorhanden hebben door eigen misdrijf. (Vgl. met verdere verwijzingen HR 7 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:888, rov. 3.3.1 en 3.3.2 en HR 13 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3028, NJ 2016/82).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffd831c3fc0ac63c83859fa6579bfaaab32199eb3c55f3b0911a4ac7349bc0b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffd831c3fc0ac63c83859fa6579bfaaab32199eb3c55f3b0911a4ac7349bc0b5, en de alinea staat in dat document op bytes 13048 tot 13585.