Citaat | Hoge Raad 11 april 2017

Onder 3.2.2. Hoge Raad 11 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:652.

Op 11 juli 2012 stond ik met mijn auto bij het tankstation Shell aan de Gestelseweg. Ik stond bij pomp 6. Links van mij, bij pomp 8, kwam een auto staan. Deze auto viel mij op omdat deze dezelfde kleur had als mijn auto. Ik zag dat de auto ook hetzelfde kenteken had als mijn auto. Ik zag dat hij volledig overeen kwam met mijn auto, zowel het type en merk als de kleur en het kenteken kwamen overeen. Ik zag dat er een man uit de auto stapte. Ik sprak de man aan over het feit dat onze auto's exact overeen kwamen. Ik zei dat ik er werk van zou maken en de politie zou bellen. Ik hoorde dat de man zei dat hij daar niet op zou wachten. Ik zei dat ik wel wilde weten wie hij was. Ik hoorde dat hij zei dat hij ging betalen voor het tanken en dat hij een briefje zou schrijven met zijn naam en adres. Ik zag op het briefje het volgende staan: " [betrokkene 2] , [a-straat 1] in 's-Hertogenbosch".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffd831c3fc0ac63c83859fa6579bfaaab32199eb3c55f3b0911a4ac7349bc0b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffd831c3fc0ac63c83859fa6579bfaaab32199eb3c55f3b0911a4ac7349bc0b5, en de alinea staat in dat document op bytes 16649 tot 17557.