Citaat | Hoge Raad 11 april 2017

Onder 3.2.3. Hoge Raad 11 april 2017

Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:652.

Op 30 april 2012 werd namens de benadeelde [betrokkene 3] aangifte gedaan van diefstal van een blauwe Renault Twingo met het kenteken [AA-00-BB] , welke auto tussen 29 en 30 april 2012 werd weggenomen bij een woninginbraak te Steenbergen. Op 11 juli 2012 zag getuige [getuige] , die eigenaresse is van een blauw/grijze Renault Twingo met het kenteken [CC-00-DD] , bij een tankstation aan de Gestelseweg te 's-Hertogenbosch dat naast haar auto, een identieke Renault Twingo stond met een kenteken dat volledig overeenkwam met het kenteken van haar auto. Door de politie werden de camerabeelden van 11 juli 2012 van voornoemd tankstation uitgekeken. Aan de hand van deze camerabeelden herkenden verbalisanten de verdachte als de persoon die in en uit deze Renault Twingo stapte. Uit de verklaring van getuige [getuige] bleek dat verdachte, nadat hij door haar werd aangesproken met onder andere de mededeling dat zij de politie wilde bellen, niet wilde wachten totdat de politie arriveerde en als bestuurder wegreed. Later bleek dat verdachte een valse naam en adres aan getuige [getuige] had opgegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffd831c3fc0ac63c83859fa6579bfaaab32199eb3c55f3b0911a4ac7349bc0b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffd831c3fc0ac63c83859fa6579bfaaab32199eb3c55f3b0911a4ac7349bc0b5, en de alinea staat in dat document op bytes 24788 tot 25902.