Citaat | Hoge Raad 11 april 2017
Onder 3.3. Hoge Raad 11 april 2017
Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:652.
Het Hof heeft in weerwil van hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep door de raadsman van de verdachte is bepleit, bewezen geacht dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de in de bewezenverklaring vermelde auto wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Het heeft blijkens de bewijsvoering bij dit oordeel betrokken (i) de omstandigheden waaronder de verdachte op 11 en 24 juli 2012 de auto kennelijk in zijn bezit had, (ii) dat niet is gebleken dat de verdachte rechtmatig over de auto beschikte, (iii) dat de verdachte niet een aannemelijke verklaring heeft gegeven omtrent de rechtmatige verkrijging van de auto, alsmede (iv) dat de verdachte toen hij op 11 juli 2012 als bestuurder van de van een vals kenteken voorziene auto door getuige [getuige] werd aangesproken met de mededeling dat zij de politie wilde bellen, niet wilde wachten totdat de politie arriveerde, een valse naam en adres opgaf en als bestuurder wegreed. Aldus heeft het Hof, mede gelet op hetgeen onder 2.3.1 is vooropgesteld, uit de hiervoor weergegeven bewijsvoering kunnen afleiden dat de verdachte "ten tijde van het voorhanden krijgen" van de in de bewezenverklaring vermelde Renault Twingo "wist" dat deze auto afkomstig was uit enig misdrijf.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffd831c3fc0ac63c83859fa6579bfaaab32199eb3c55f3b0911a4ac7349bc0b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffd831c3fc0ac63c83859fa6579bfaaab32199eb3c55f3b0911a4ac7349bc0b5, en de alinea staat in dat document op bytes 27989 tot 29257.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ffd831c3fc0ac63c83859fa6579bfaaab32199eb3c55f3b0911a4ac7349bc0b5 | shasum -a 256