Citaat | Hoge Raad 11 april 2017
Onder 3.4.2. Hoge Raad 11 april 2017
Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:653.
Voor toewijzing van een vordering tot schadevergoeding als bedoeld in art. 51f, eerste lid, Sv komt alleen die schade in aanmerking die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit. De kosten van rechtsbijstand zijn niet als zodanige rechtstreekse schade aan te merken (vgl. HR 21 september 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1533, NJ 1999/801). Indien een benadeelde partij dergelijke proceskosten als onderdeel van de schade in de zin van art. 51f Sv vordert, dient zij in zoverre in die vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d4fd2bdedf1fce5600365e483f6172744e3e6aeacdde00d9c67316e205d18b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d4fd2bdedf1fce5600365e483f6172744e3e6aeacdde00d9c67316e205d18b7, en de alinea staat in dat document op bytes 23026 tot 23570.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d4fd2bdedf1fce5600365e483f6172744e3e6aeacdde00d9c67316e205d18b7 | shasum -a 256