Citaat | Hoge Raad 11 april 2017
Onder 3.4.4. Hoge Raad 11 april 2017
Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:653.
Door een benadeelde partij gemaakte kosten voor rechtsbijstand zijn - anders dan door de benadeelde partij gevorderde vermogensschade als bedoeld in art. 51f Sv en art. 6:96 BW - te rekenen tot de proceskosten waaromtrent de rechter ingevolge het bepaalde in art. 592a Sv in de daar bedoelde gevallen een afzonderlijke beslissing dient te geven, die ingevolge het bepaalde in art. 361, zesde lid, Sv in het vonnis dient te worden opgenomen. Gelet op de aard van die kosten staat het de rechter in hoger beroep vrij wat de verwijzing in die kosten betreft een hoger bedrag in aanmerking te nemen dan het bedrag van de in eerste aanleg toegewezen kosten (vgl. HR 18 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:ZD1786, NJ 2000/413).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d4fd2bdedf1fce5600365e483f6172744e3e6aeacdde00d9c67316e205d18b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d4fd2bdedf1fce5600365e483f6172744e3e6aeacdde00d9c67316e205d18b7, en de alinea staat in dat document op bytes 24020 tot 24746.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d4fd2bdedf1fce5600365e483f6172744e3e6aeacdde00d9c67316e205d18b7 | shasum -a 256