Citaat | Hoge Raad 11 april 2017
Onder 3.4.5. Hoge Raad 11 april 2017
Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:653.
In civiele procedures wordt doorgaans bij de begroting van door een in het ongelijk gestelde partij te vergoeden proceskosten een zogenoemd liquidatietarief gehanteerd, zoals neergelegd in het op rechtspraak.nl gepubliceerde 'Salarissen in rolzaken kanton' of in het 'Liquidatietarief rechtbanken en hoven'. Zo een liquidatietarief is geen recht in de zin van art. 79 RO, maar slechts een de rechter niet bindende richtlijn (vgl. HR 3 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2621, NJ 1998/571). Een dergelijke richtlijn leent zich bovendien niet steeds voor directe toepassing op de door de raadsman verrichte werkzaamheden ten behoeve van de benadeelde partij die zich in het strafproces heeft gevoegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d4fd2bdedf1fce5600365e483f6172744e3e6aeacdde00d9c67316e205d18b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d4fd2bdedf1fce5600365e483f6172744e3e6aeacdde00d9c67316e205d18b7, en de alinea staat in dat document op bytes 25198 tot 25905.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d4fd2bdedf1fce5600365e483f6172744e3e6aeacdde00d9c67316e205d18b7 | shasum -a 256